U bent hier:Home Wat doet de Raad? Verhalen van anderen Joost en Linda willen graag adopteren
De eerste jaren van hun huwelijk gingen Joost en Linda helemaal op in elkaar. Toen besloten ze hun relatie te bekronen met een kind: Linda was bijna 33, een mooie leeftijd om moeder te worden vond ze zelf. Vijf jaar en veel doktersbezoeken later moesten ze zich er bij neerleggen: een eigen kind zat er niet in. Het was Linda die het eerst over adoptie begon.
Joost had er wat langer voor nodig. Ze hadden elkaar toch? En ze hadden toch een goed leven? Toen Linda’s verlangen niet verminderde en Joost bij zijn eigen zusje zag hoe een kind haar leven verrijkte en verdiepte, ging ook hij om.
Ze wisten dat ze lang zouden moeten wachten. En ook dat er een onderzoek zou komen naar hun geschiktheid als adoptiefouders, maar niet dat het allemaal zó uitgebreid zou zijn. Ze volgden de wettelijk verplichte voorlichtingscursus. Zij verklaarden desgevraagd dat zij een eventueel adoptiekind naar Nederlands recht te zullen opvoeden en alle in Nederland gebruikelijke medische hulp te zullen aanbieden. En tot slot werden hun criminele antecedenten nagegaan en was er een medische keuring.
Eigenheid
Als alles in orde blijkt, komt de raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming langs voor een aantal gesprekken. In opdracht van minister van Veiligheid en Justitie moet de Raad in kaart brengen of Joost en Linda geschikt zijn als adoptiefouders. Welke beschermende factoren zijn er en welke risico’s brengt hun gezin met zich mee?
Het eerste gesprek is bij hen thuis en gaat over hun eigen leven tot nu toe. Hoe was hun jeugd? Kunnen zij zich nog een speciale gebeurtenis herinneren? Hoe was de relatie met hun ouders? Een volgend gesprek - op kantoor bij de Raad - gaat over hun eigen relatie: hoe gaan ze met elkaar om? Ook hun woonsituatie, werk en sociale contacten worden besproken. En tenslotte vertellen zij hoe ze met hun kind denken om te gaan. ‘Wij vinden het belangrijk om de eigenheid van het kind en diens cultuur te respecteren. Misschien kunnen wij zelfs wel de taal van het kind leren. Dat zal hem of haar helpen zich veilig te voelen bij ons.’ Joost en Linda weten dat het niet altijd gemakkelijk zal zijn. Bij problemen staan ze open voor hulp van buiten.
Veilig
Een paar weken later komt het rapport. Het is aan alle kanten positief. De raadsonderzoeker vindt Linda en Joost buitengewoon openhartig. Ze hebben een stabiele, open en liefdevolle relatie. Ze hebben voldoende sociale contacten, voldoende inkomen en een goed beeld van wat adoptie kan betekenen. En ze kunnen zich inleven in een kind. ‘Joost en Linda kunnen een kind een veilige woonplek bieden.’ De Raad adviseert de minister dan ook beginseltoestemming te verlenen voor adoptie. Nu begint het wachten.